Boerenvertrouwen is meten met twee maten

Het vertrouwen in de toekomst van de melkveehouders wordt gezien als “redelijk”, in een onderzoek van Melkvee100plus (ook hier). Dat is maar net hoe je het wil lezen.

Glas halfvol

Bovenstaande  tabel geeft aan hoe melkveehouders hebben geantwoord op de vraag “Wat is uw algemene indruk van het melkveehouderijklimaat in 2018. De cijfers geven aan dat een kwart van de melkveehouders een krappe voldoende geeft (6). De overige 75% is verdeeld over melkveehouders die positiever, en melkveehouders die negatiever zijn over de toekomst. De onderzoekers noemen dit een redelijk vertrouwen in de toekomst.

De andere maat

Als we kijken naar andere bronnen van vertrouwen, dan kunnen we niet stellen dat het redelijk gaat. Het consumentenvertrouwen bijvoorbeeld is torenhoog op het moment. De methode van het CBS is om te kijken naar hoeveel mensen er meer waren die positief dan negatief hebben geantwoord op de vertrouwensvraag. De consument scoort +24, de melkveehouder -1.

En nu?

Het is heel goed dat Melkvee100plus is begonnen met het meten van het vertrouwen van melkveehouders in de toekomst. Er is nu een startpunt, en er is duidelijkheid over het vertrouwen van de sector. Het laat ook zien dat 1 op de 5 melkveehouders denkt dat 2018 een heel moeilijk jaar zal gaan worden. Die boeren hebben perspectief nodig op een betere toekomst. Zoals eerder gezegd zijn politiek en maatschappij klaar om te helpen. Laten we die handschoen oppakken.

Jeroen van IJzerloo

 

Power to the Boer!

Het boerenbedrijf staat onder druk en stress onder boeren is een steeds groter probleem. De overheid komt met steeds meer regulering. De retail wil steeds lagere prijzen. En de consument stelt steeds hogere eisen. Daarbovenop wordt je als boer ook nog als miljonair bestempeld. Maar hoeveel van die boeren hebben een rijk leven? Probeer onder al die druk maar eens met een open blik naar de toekomst te kijken.

Naar ondernemen met inspiratie

En toch is die open blik nodig. De trendbewegingen zijn overduidelijk: om in Nederland te kunnen boeren zal de impact op het milieu zo laag mogelijk en de kwaliteit van de producten zo hoog mogelijk moeten worden. Wachten op regelgeving vanuit overheid en druk vanuit maatschappij betekent het heft uit handen geven. Een ondernemer wacht niet af, maar handelt pro-actief.

Maar #hoedan?

De inspiratie is er vaak wel. Maar om echt te veranderen is tijd en geld nodig. En daar ontbreekt het de agrarisch ondernemer vaak aan. Gelukkig zijn maatschappij en klant er klaar voor en heeft de overheid subsidies beschikbaar. Ook banken maken de draai naar het financieren van een op meerdere vlakken duurzaam bedrijfsmodel. Uiteindelijk is het in het belang van boer en maatschappij samen, dat een bedrijfsmodel wordt opgezet dat ecologisch en economisch van toegevoegde waarde is.

Op vele disciplines zijn adviseurs getraind om de boer te helpen het transitieproces in goede banen te leiden. Niet alleen vanuit ecologisch perspectief, maar ook vanuit marktbewerking, of juist om het financiële plaatje in het oog te houden.

Ben je een boer, of ken je een boer die hierover eens vrijblijvend van gedachten wil wisselen? Neem dan contact op met Jeroen of Peter. Wij kennen de partijen om de verschillende onderdelen van transitie te begeleiden. Als financieel adviseur houden wij tijdens een proces van verduurzamen zelf het belang van de boer (meer geld verdienen met minder tijdsbesteding) in de gaten.

Peter Fechter